Baby, Lees

Consultatiebureau

“Ik geef je vast één tip,” aldus mijn tante in de categorie ‘ongevraagde adviezen’ toen ze vorig jaar hoorde dat ik zwanger was. “Stel op het consultatiebureau maar niet teveel vragen en houd je mond als je je ergens zorgen over maakt. Dat soort dingen kun je beter met de opa’s en oma’s of vriendinnen bespreken. Of bel desnoods de huisartsenpost, maar let op dat je er tijdens een bezoekje aan ‘de nachtmerrie van elke moeder’ geen woord aan vuil maakt.” Haar ogen spuwden vuur en ik at van schrik een toastje met filet americain.

Ze blijkt niet de enige die er zo over denkt. Er is op elke verjaardag wel iemand die een negatieve ervaring met het consultatiebureau uit de hoge hoed vist. Niet passende groeilijnen, strenge blikken, te-kort-door-de-bocht-conclusies, uitgelopen afspraken en doorverwijzingen naar logopedisten en diëtisten passeren regelmatig de revue. Het is maar goed dat ik tijdens het eerste huisbezoek van het consultatiebureau door de wekker heen sliep en dus geen tijd had om me druk te maken, want anders had ik deze barbaren met rode vlekken in m’n nek verwelkomd.

Tot mijn grote verbazing bleek de verpleegkundige die het intakegesprek deed heel vriendelijk. Ik voelde me op m’n gemak, durfde eerlijk te zeggen dat ik het ene moment op een roze en het andere moment op een zwarte wolk zat en begreep niet waar iedereen zich zo druk om maakte. Of het kwam omdat Benja zo’n lekkere middenmoter is die precies in alle grafieken past weet ik niet, maar ik ging de weken erna fluitend een paar keer extra naar het weeguurtje en besprak zonder enige angst al mijn vragen over slaapjes, voeding en huiluurtjes. Tot mijn afspraak vorige week.

“Zijn rechterooglid hangt een beetje, zie je dat?” vraagt de verpleegkundige me. Ik kijk naar Benja en zeg dat me dat nooit eerder is opgevallen. “Het is echt zo, kijk maar eens goed,” benadrukt ze de ernst van de situatie. Ik doe wat ze vraagt en zie dat ze gelijk heeft. Nog voordat ik kan zeggen dat dat waarschijnlijk komt omdat hij moe is, roept ze de arts uit de kamer naast ons erbij. Nadat mij is uitgelegd dat ik me geen zorgen hoef te maken omdat niemand een symmetrisch gezicht heeft, ratelt de verpleegkundige verder: “Toch wel fijn hè, dat ik dit heb opgemerkt. Zijn voorkeurshouding had je de vorige keer ook al niet gezien, en ik wel. Gelukkig maar.” Terwijl ze bekijkt of Benja goed kan draaien en speelgoed met allebei zijn handen vastpakt, verschrompel ik tot een klein hoopje mens. Bedoelt ze nou dat ik niet goed naar mijn eigen kind kijk?

Op de terugweg naar huis voel ik me op z’n minst een slechte moeder. Ook ben ik kwaad op mezelf, omdat ik niet de ballen had om te zeggen dat ik al ver voordat zij de voorkeurshouding opmerkte wist dat hij liever naar rechts dan naar links kijkt. Heel even overweeg ik het advies van mijn tante alsnog ter harte te nemen. Tot ik me realiseer dat deze reactie misschien wel meer over mijn onzekerheid als kersverse moeder dan over het consultatiebureau zegt. Want de verpleegkundige kan dan wel een LOI-cursus communiceren gebruiken, ze doet op haar manier haar best zo goed mogelijk voor Benja te zorgen. Net als mijn tante. En als ik.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

1 Reactie

  • Reageer Christa 5 oktober 2017 at 09:09

    Huh..?! Heb je dit wel terug gegeven aan de verpleegkundige..?! Zo kan ze er weinig mee… jij hebt weinig te verliezen en zij zoveel te winnen!! Doe t anders per brief!! Ik zou t persoonlijk ter zeerste waarderen!! Zelf met veel plezier en passie op t
    Consultatie bureau gewerkt en later bij de ggd maar wat had ik ervan gebaald als ik zo op social media kwam…!! Nog steeds actief met deze gepassioneerde en deskundige collega’s!! Geef ze de feedback wat nodig is!’ Tnx voor t delen!

  • Laat je reactie achter