Kleuter, Lees

Bij Thijs wonen

Het is altijd even zoeken waar mijn kinderen zich bij de opvang verstopt hebben als ik ze ga halen. Als ik in de hoek van het lokaal een hut zie, weet ik vrijwel zeker dat Lieve daar te vinden is. Het is een mooie hut van verschillende grote houten kisten met doeken eroverheen. Ik zie drie kruinen er tussenuit steken, maar niet die van Lieve. Als ik het lokaal weer uitloop, vangt de leidster me met haar blik. Ze is in gesprek met een andere ouder, maar kijkt mij even snel aan en wijst naar het halletje.
Als ik de deuren door loop, hoor ik gegiechel vanachter een kast. Daar staat ze, schouder aan schouder dicht tegen een jongetje aan, tussen de kast en de muur. Twee paar donkerbruine ogen kijken mij aan. Ik kom duidelijk iets gezelligs verstoren.
“Ik wil niet mee,” zegt Lieve meteen. “Ik wil bij Thijs blijven!”

Ah, dit is dus Thijs. Thijs zit nog niet zo lang in Lieves klas, maar ze kunnen het al goed met elkaar vinden.
“Nou, dan zit er niks anders op,” zeg ik schouderophalend. “Dan moet je maar bij Thijs blijven wonen,” en ik maak aanstalten om de deur weer uit te lopen. Achter me hoor ik overleg.

De vader van Thijs komt net aangelopen.
“Lieve gaat bij Thijs wonen,” deel ik hem mede. Hij lijkt niet helemaal door te hebben dat ik de moeder van Lieve ben en dat ik een poging doe om mijn kind zonder huilbui mee te krijgen.

Ondertussen lopen Lieve en Thijs vrolijk richting de fiets van Thijs’ vader. Maar ik ben met de auto en die staat aan de andere kant van het gebouw. Volgens mij gaat hier iets mis. In een drafje loop ik achter haar aan.
“Lieve! Lieve, je kunt niet echt met Thijs mee.”

Dat komt hard aan. Direct veranderen die vrolijke ogen in woedende kooltjes.
“Wel! Jij zei het! Wat je belooft, moet je doen!”

Waarom loopt dit nou weer zo uit de hand? Waarom zeiden Thijs en Lieve niet gewoon ‘nee joh!’ op mijn voorstel om bij elkaar te wonen en gingen ze daarna ieder met de juiste ouder mee? En waarom vindt Lieve het een topplan om ineens van huis te wisselen terwijl ze normaal al panisch wordt als ik haar eens met een andere handdoek wil afdrogen?

Boos loopt ze achter me naar de auto. De rest van de avond kijkt ze me maar af en toe vanonder haar wenkbrauwen aan. Ik krijg het niet meer gelijmd met ‘we nodigen Thijs gezellig eens uit om hier te spelen’ of ‘ik kan jou toch helemaal niet missen?’

In bed lees ik haar een verhaal voor. Ze kruipt steeds dichter tegen me aan en ik doe extra mijn best op de stemmetjes. Ik sla een arm om haar heen. Zij is het er misschien niet mee eens, maar ik ben blij dat ze niet bij Thijs is gaan wonen.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter