Baby, Lees

Alsof ik een reden heb om moe te zijn


“Het meervoud van moe is moeder,” las ik ooit in een interview met Daphne Deckers. Ik moet eraan denken als mijn oogleden op maandagmiddag voor de zoveelste keer de strijd met de zwaartekracht aangaan en mijn lichaam zich gedreven door de wet van de aantrekkingskracht richting de bank manoeuvreert. Nog voordat ik me kan verzetten verlies ik en val ik in een diepe slaap.

Als ik om vijf uur na drie keer mijn wekker te hebben uitgedrukt weer achter m’n laptop zit, kijk ik naar mijn to-do-lijst die nog net zo lang is als twee uur geleden. Want terwijl Benja bij oma is zodat ik kan werken, heb ik de deur wagenwijd opengezet voor Klaas Vaak. Om nu in paniek te raken bij het zien van wat ik allemaal nog moet doen. Terwijl ik redenen bedenk om deze tijdverspilling goed te praten (‘Een powernap is juist goed voor de productiviteit’, ‘Je moet als zzp’er nooit vergeten te genieten van je vrijheid’ en ‘Als zzp’er ben je je bedrijf, zorg dus goed voor jezelf’) vraag ik me af waarom ik eigenlijk zo moe ben. Daar heb ik toch helemaal geen reden voor? Benja slaapt bijna altijd de hele nacht door en naast mij kun je een kanon afschieten, ik verblik of verbloos niet. Zodra ik mijn bed zie vallen mijn ogen dicht en acht uur slaap is eerder regel dan uitzondering. En toch voel ik me met de dag meer aangetrokken tot de miljoenen Nederlanders die zich gapend een weg door de dag worstelen.

Als ik Google naar oplossingen voor mijn vermoeidheid, stuit ik op een lijstje ‘gevolgen van vermoeidheid’: verminderde concentratie en reactievermogen, geheugenproblemen, prikkelbaarheid, verzwakt immuunsysteem en de behoefte aan junkfood. Het is een lijstje waar ze net zo goed direct mijn naam achter hadden kunnen zetten. Want gaf ik eerst verlate zwangerschapsdementie de schuld van mijn vergeetachtigheid, dacht ik dat mijn verkoudheid kwam door het omgeslagen weer, wist ik zeker dat ongesteldheid de boosdoener was van mijn ik-blijf-vandaag-de-hele-dag-in-bed-behoefte en was ik ervan overtuigd dat de kilo’s chocoladepepernoten die ik naar binnen werkte nodig waren om wat vet als warmhoudplaatje tegen de aankomende winterkou te creëren, blijkt nu dat het allemaal komt omdat ik moe ben.

Ik kan me niet herinneren dat ik mezelf zo’n aansteller heb gevoeld. Ik, moe? Waarvan dan? Een jaar geleden werkte ik met gemak vijf dagen in de week om ’s avonds meestal ook de hort op te zijn. Sinds de geboorte van Benja typ ik slechts drie of vier dagen in de week teksten en heb ik meer avonden in pyjama op de bank doorgebracht dan de afgelopen jaren bij elkaar. En toch groeien mijn wallen net zo snel als mijn energiepeil daalt.

Als ik weer eens voor negen uur mijn bed in duik, pak ik het boek ‘Perfecte moeders bestaan niet’ erbij. Terwijl ik de zinnen lees dwalen mijn gedachten af. De reden van mijn moeheid ligt niet aan wat ik doe, het ligt aan de variant van het moederschap die ik (en waarschijnlijk ook Daphne Deckers) nogal volhardend nastreef. Zodra ik ’s ochtends de eerste kirrende geluidjes uit Benja’s kamer hoor komen ga ik aan, terwijl mijn uitknop binnen zeven maanden tijd volledig is vastgeroest. Wanneer ik schrik van het boek dat uit mijn handen op mijn gezicht valt, weet ik wat er aan de hand is. Perfecte moeders bestaan wel. Ze zijn alleen doodop.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook leuk

Geen reacties

Laat je reactie achter